Over zen en leven

 
Puur 08/31/2010
 
Mijn vorige stukje kwam blijkbaar enigszins desperaat over, want ik kreeg allemaal goedbedoelde tips en adviezen. Over waar ik zou kunnen trainen en hoe leuk het daar is, en over een boekje dat het dagelijks leven als zenleraar propageert. Ik wil iedereen hartelijk danken voor het medeleven. En voeg daar graag aan toe dat het me goed gaat.

Wat die tips in ieder geval opleverden was een hernieuwde nieuwsgierigheid naar het Nederlandse zenwereldje. Wat gebeurt daar eigenlijk tegenwoordig, en hoe gaat het met iedereen? Een kleine Google search levert toch weer een avondje ouderwets lekkere ergernis op. De exotische namen en dito jurken vliegen je nog steeds om de oren. Had ik niet al eens gezegd dat dat zelfs in Japan een anachronisme is? En hier behalve dat een anaculturisme, als die term al zou bestaan? Nou dan. Fuk de jurk, n... de naam (en laat dit asjeblieft niet aan mijn zoons lezen). Gewoon jezelf zijn is genoeg.

Wat verder opvalt is de hoge profileringsdrang van veel boeddhisten en groepjes. We doen heel gewichtig, want het is toch zeker niet zomaar wat, dat zen. Sommigen schermen met zendo’s, rakusu’s, kolomo’s, oriyoki, tokubetsu-sesshins, shinsan-shiki ceremonies en kokusai fukyoshi. Fijn. Als je niks anders te doen hebt tenminste. En alsof we iets bijzonders te melden of te bieden hebben. Ik verklap je een geheim: hebben we niet.
 
Waarom doen we dan zo speciaal? Moet er persé een diepgaande, diepgravende en nog niet zomaar één-twee-drie begrijpbare diepte in zitten? In vorm of inhoud, ieder heeft zijn eigen manier om er een ding van te maken. Een soort zen-roes maakt zich meester van leerling en meester, een zen-saus overspoelt de simpele werkelijkheid en smoort hem in de kiem. Of in allesdoordringende wijsheid en compassie. Zen is niet gewoon simpel, zen is héél speciaal simpel. Komt dat zien, komt dat halen. Ik verklap je nog een geheim: er valt niks te halen, alles wat je betovert is façade.

Tenslotte nog een stukje tekst dat ik de echte genieter van ergernis niet wil onthouden. Er is natuurlijk veel meer, maar ik wil je niet bij voorbaat alle plezier van een eigen zoektocht ontnemen. Komtie:

‘“Mysterie”, trefwoord op mijn lippen, sjibboleth voor de mystieke weg, zal mijn wijze van begroeten zijn.’ Kom op. Doe normaal. Zal me een toestand geven als je zo iemand op straat tegenkomt. En over beoefening:

‘Daartoe ga ik regelmatig naar de zendo, een lege ruimte met slechts een boeddhabeeld en zwarte meditatiekussens langs de witte muren. Hier kan de wereld ongehinderd binnentreden en zonder vervorming worden beschouwd. Hier heerst de stilte opdat geluid naar waarheid klinken kan. Zazen, gemeenschappelijk beoefend, is verstilde liturgie, zonder woorden, zonder gezang, geen verkondiging, maar een homilie van onbeweeglijk zittende lichamen, onbesproken en onbespreekbaar gedrag, viering van een inspanning, een toegewijd in- en uitademen, leven en dood proevend, het denken onbedacht doordacht.’

Best een lange zin, die laatste. Ik bedoel, Hesse doet dat beter, maar die is dan ook Duitser. Maar waarom zo hoog draven en vaag praten? Mooie poëzie is het niet, dus dat zal het doel wel niet zijn. En waarom is die zendo ineens zo cruciaal? Als je de wereld alleen dáár zonder vervorming kunt beschouwen heb je toch een probleem, als zenleraar. Als ik op de wc zit heb ik ook vaak heel verlichtende momenten, waarin mijn adem één wordt met de geur van versgemaaid gras, of een andere niet te vermijden geur waarover ik hier niet verder zal uitweiden. Hee, ik word weer  recalcitrant. Zou het komen omdat de operatie alweer bijna een jaar geleden is, of omdat ik weer een groepje mag doen bij ZEN onder de Dom? Of ben ik nou eenmaal zo? Ik zeg je dit: de man met het oog zie je niet. Hij draagt een spijkerbroek, beseft zijn onvermogen en leeft met de seizoenen.
 
Gehakt 08/15/2010
 
Waar gehakt wordt vallen spaanders. Waar knopen worden doorgehakt kan zomaar de bodem wegvallen.

Kort geleden mailde ik een dierbare vriend en leraar. We trokken twintig jaar intensief met elkaar op. De eerste 18 met twee handen op één buik, de laatste twee met veel misverstanden en onbegrip. We groeiden uit elkaar. Ik begreep hem niet meer, snapte niet meer waar hij vandaan kwam, wat hij wilde, waarom hij zei wat hij zei en deed wat hij deed. Ongetwijfeld ben ik veranderd. Ongetwijfeld hij ook. Maar dat doet er niet toe, wie wat en hoeveel. Feit is dat er keer op keer misverstanden waren en frustraties.

Toch was het niet hopeloos, dacht ik. Een zo sterke band knapt zomaar niet. Ik schreef me in voor een retraite die hij leidt. Er ontstond een goede mailwisseling en er leek een nieuwe opening. Hij vroeg me een intro te houden tijdens de retraite. We wisselden uit. Toen werd de intro door iemand anders afgeblazen. En de dierbare vriend en leraar dook. ‘Zoeken jullie het maar met elkaar uit’, schreef hij.

Ik heb nog even stuipgetrokken en geworsteld. En uiteindelijk besloten niet verder te trainen met hem.

Op mijn weg ben ik nu niet op zoek naar een leraar die me feilloos kan begeleiden op mijn zenweg of in mijn koantraining. Die me de diepte van geconcentreerd zazen injaagt en meester is in de reis naar het middelpunt der aarde. Want dat is hij. Ik ken niemand ter wereld die dat zo kan als hij.

Maar ik zoek dat nu niet. Wat voor zen laat je zien, wat voor realisatie toon je, als je feilloos de diepte in kunt, maar vervolgens niet bij machte bent om datgene wat je daar vindt, handen en voeten te geven in de werkelijkheid van alledag, tot bloei te laten komen in de interactie met je medemens.

En precies dáár zoek ik inspiratie. Dat is de stap die me aanschreeuwt.
 
Dat heb ik gemaild. Dat het me teveel energie kost, keer op keer. Dat ik het niet meer begrijp. Dat ik vast fouten maak, maar dat ik in het delicate proces van onze nieuwe toenadering heel erg teleurgesteld was toen hij zijn uitnodiging zo gemakkelijk liet vallen.

Ik heb geen antwoord meer gekregen.

Nu ben ik dus leraarloos. Dat is een hele nieuwe ervaring, na twintig jaar volledige overtuiging. Ik ben alleen. Het perspectief van samen met iemand optrekken, samen met een goede vriend, meer ervaren op de weg, is niet meer voorhanden. Samen optrekken totdat het zover is dat ik zelf misschien ooit mensen zou kunnen begeleiden, heel voorzichtig – dat was mijn droom, mijn ideaal. Het is verdriet om dat te verliezen. Er is een leegte. Alles wat ik zeg en doe is niet langer vanzelfsprekend ingebed in een traditie, in een lijn. Je kunt er natuurlijk van alles op aanmerken dat ik er zo naar kijk, maar ik zeg het maar zoals het voelt.

Ik mis ook de vanzelfsprekendheid van het elkaar vinden in onze ideeën over zen en zentraining, zoals we dat hadden. Het lijkt alsof een huwelijk van jaren, waarin de twee partners volledig op elkaar afgestemd en ingespeeld waren, in de afgelopen twee jaar langzaam maar onherroepelijk tot een eind is gekomen.

Natuurlijk twijfel ik, in mijn eenzaamheid nu. Had ik niet minder kritisch moeten zijn? Heb ik niet alles op het spel gezet en vergooid?

Maar als ik even rustig overweeg zie ik dat dat niet zo is. Ik heb twee jaar onderzocht. Zuiver gekeken, niet overhaast gehandeld. Nu is het echt voorbij, ik kon niet meer geloven in goede bedoelingen, het vertrouwen was op. Ik kon niet meer snappen wat er zich allemaal onder de oppervlakte afspeelde.

Nu ben ik dus alleen. Niks wat ik zeg heeft nog enige waarde binnen de traditie. Ik verlang ernaar om iemand te vinden waarmee ik de reis kan vervolgen, iemand die niet alleen is gekomen tot de realisatie van niet-zelf, maar die die realisatie ook tot bloei laat komen in zijn verhouden met alle dingen. Een menselijk mens.
 
Daarvoor is het misschien te vroeg. Maar het verlangen is er wel. Ik begin pas aan de reis. Alleen verder gaan is geen optie.

Geduld is alles wat ik nu kan oefenen. Bieke Vandekerckhove citeert Rilke in haar onlangs verschenen boek De smaak van de stilte: ‘Vol deemoed en geduld het geboorteuur af te wachten van een nieuwe klaarheid’. En : ‘Rijpen als de boom die zijn sappen niet opstuwt en die rustig in de voorjaarsstormen staat zonder bang te zijn dat er geen zomer zal volgen. De zomer komt toch.’

Wachten in het donker, soms in eenzaamheid, rustig en alert. De zonsopgang komt op zijn eigen moment.
 
Vuur 08/08/2010
 
Ik lees in het boek ‘Als de Boeddha zou daten’ van Charlotte Kasl. Ik beken het maar. Daarmee trotseer ik het risico dat dit het eerste is dat een potentiële volgende werkgever (ik ben op zoek naar een goeie baan) over me leest als hij me googled. Liefde is mijn achilleshiel, hoewel ik nu toch meen een belangrijke barrière te hebben doorbroken. Er staan behartenswaardige dingen in het boek. Dingen ook waar niemand veel bezwaar tegen kan maken, zoals ‘Wanneer we ons van onze eisen bewust worden en er minder op staan dat dingen zo zijn als we graag willen dat ze zijn, voelen we ons steeds vrediger en steeds meer in contact met ons mededogen en onze tederheid.’

Ongetwijfeld. Maar de hamvraag is natuurlijk hoe. Dit citaat is wat mij betreft veel te conceptueel. En zo zijn er veel meer. Ook bijvoorbeeld over de aard van het boeddhisme en wat dies meer zij. Als ik iets lees wat waarachtig is voel ik vuur. Dat is zeldzaam bij dit boek. Maar misschien komt het nog.

Ik leer vooral uit concreet handelen, ervaren, feedback krijgen en een eventueel daaruit voortvloeiend persoonlijk en onoverdraagbaar inzicht. Een soort heldere ontdekking die vanaf dat moment een onderdeel gaat uitmaken van wie ik ben. In het kader van het ontstaan en de onmetelijkheid van het heelal ongetwijfeld volkomen irrelevant, maar ik voel me wel weer wat vrijer en oprechter en dat is ook wat waard. Ook voor de mensen die het met mij moeten uithouden.

Terug naar Kasl. Waarom worden dit soort boeken geschreven? Het is niet moeilijk om tot de ontdekking te komen dat woorden, zinnen, taal, papier en boeken in veel gevallen volkomen inadequate middelen zijn om inzicht over te dragen, om te komen tot fundamentele ontdekkingen over jezelf en de manier waarop je met de werkelijkheid omgaat. Het blijft steken in ‘doe dit, dan gebeurt dat’. Het hoe ontbreekt. Dat is namelijk uitermate subtiel, situationeel en individueel. Je kunt dingen maar op één moment effectief integreren,  namelijk als je er aan toe bent. Een intens verlangen om uit je eigen gevangenschap te breken, een innerlijke gedrevenheid en dan het goede woord op het goede moment. Leven in plaats van lezen.

Die innerlijke gedrevenheid speelt ook een belangrijke rol in zen. Daarom werkt het niet om te bedenken dat iedereen al Boeddha is vanaf het begin der tijden (zie vorige blogpost). Als je niet totaal gedreven bent om je eigen ware natuur te realiseren kun je het wel vergeten. Als je zit in de overtuiging dat je daarmee je boeddhanatuur tot uitdrukking brengt zit je niet echt. Vuur en intens verlangen, dat zijn de echte grondstoffen van zenbeoefening. Hakuin waarschuwt al op onnavolgbare wijze tegen allerlei leraren die de fine fleur van de zennatie hun gedrevenheid ontnemen door te zeggen dat alles inherent perfect is precies zoals het is. De kracht van het nu is juist het allesverzengende vuur van verlangen, verlangen tot bevrijding.
 
 
Zoals beloofd. Na mijn vrolijke vakantieblogpost nu de rauwe regenrealiteit. Het dilemma. Niet duivels ditmaal, dat zou een overmaat aan alliteratie opleveren. Alles met mate.

In Trouw van 7 juli jl. staat een kort artikel dat ik opgestuurd kreeg. De titel van de frisse rubriek ‘vijf vragen’ is die dag: ‘Iedereen een boeddha dus zen is hip’. Alleen al daarover zou je een boek vol kunnen schrijven. Ga ik niet doen, maar wel even aanstippen: de titel bedoelt dat iedereen een boeddhabeeld in de tuin of in huis heeft, en dat daaruit dus blijkt dat zen (of, in bredere zin, boeddhisme) hip is. Maar als zennie lees je al snel: iedereen IS een boeddha (en dus is zen hip). Iedereen is al boeddha vanaf het begin der tijden, dus er is weinig hips aan, maar het is wel een troostrijke gedachte. En een hond? Ander keertje…

In de eerste zin van het artikel stelt de auteur, Anniek van den Brand: ‘Dai osho, zenmeester Rients Ritskes (52), heeft vijf van zijn leerlingen – vier mannen en een vrouw – tot ‘osho’, zenleraar, gewijd.’ Dai osho. Mijn god. Wie verzint dat? Het betekent letterlijk ‘grote (boeddhistische) priester’ en wordt als eretitel gebruikt voor grote zenmeesters, als ze dood zijn. De man is nog niet overleden en heeft bovendien geen positie in de Japanse lijn van het klooster waar hij ooit even trainde. Zenmeesters uit dat klooster en uit die lijn geven aan af te keuren wat hij hier doet. Als hij positie had gehad, hadden ze hem eruit gezet. Dus wie heeft hem die titel verleend? Ik vrees hijzelf.

Op de vraag wanneer je zenmeester kunt worden, antwoordt Ritskes: ‘Je wordt meester als je bijna verlicht ofwel gelukkig bent.’ Het woordje bijna geeft waarschijnlijk aan waar Ritskes zelf denkt te staan. Far from it, vrees ik weer, maar goed. Verlichting is een lastig woord, ik zou liever spreken van ontwaken of niet-zelf, dat is toch net iets minder hoogdravend. En dat is op zijn beurt weer iets volkomen anders  dan geluk.

Vraag twee in het artikel. ‘Wie bepaalt of iemand zen-osho mag worden?’ Het antwoord: ‘Ik!’ Dat is ongetwijfeld het geval, dus waarheidsgetrouw. Interessant is het feit dat iemand die zelf niet is geautoriseerd, anderen autoriseert. Dat deed de Boeddha ook met Mahakasyapa, maar die vergelijking gaat hier helaas niet op, dat is a whole nother league. Nog interessanter is de vraag hoe de beoordeling tot stand komt. Om te worden goedgekeurd moet je zo’n tien jaar in opleiding zijn geweest onder supervisie van Ritskes. Kosten daarvoor zijn 220 euro per maand. Een snelle rekensom leert dat je dus een certificaatje kunt ‘kopen’ voor 25.000 euro (en je moet natuurlijk verder inhoudelijk ook nog wel iets doen), en dat Ritskes aan zijn vijf osho’s ruim een ton overhoudt. Maar goed, daar krijg je natuurlijk wel intensieve begeleiding voor, en voor wat hoort wat. Blijkbaar zijn er mensen zo gretig dat ze het ervoor over hebben.

Is dit schadelijk voor zen? Is dit slecht voor het boeddhisme? Is dit van alle tijden? Is dit gedurfd en vernieuwend of schurkachtig?

Graag wil ik iets vragen aan de ongetwijfeld kleine maar desondanks volhardende lezersschare van deze blog.

De vraag is: moet ik dit soort dingen nog melden? Moet ik hier nog kanttekeningen bij plaatsen, moet ik ertegen in het geweer komen, moet ik er de draak mee steken, helpt het als ik roep dat dit niks met zen van doen heeft? Of is het beter om te zwijgen? In het vertrouwen dat wie vette hamburgers wil eten dat toch wel doet, en wie verse sla wil dat wel regelt? Zijn dit, kortom, zulke kwalijke zaken dat je er niet genoeg tegen kunt waarschuwen, of zulke kwalijke zaken dat je er niet genoeg over kunt zwijgen? Ik houd serieus rekening met jullie input, dus laat het me weten. Mail, bel, schrijf, sms, twitter of wat dan ook. Ik weet het ook niet. Laten we in ieder geval streven naar een zuiver en authentiek zenboeddhisme in Nederland. Geen oplichterij en klatergoud.

Mail me! Of post een comment (via de link '0 comments' rechts bovenaan dit stukje :-)). Ik ben benieuwd.
 
Dilemma 07/31/2010
 
Het was een prachtweek. Deze keer niet met de mannen op reis geweest, maar gewoon lekker een weekje thuis, beetje voetballen, beetje huis opruimen, en dagtochtjes natuurlijk. Eindelijk onze mammoetkies gevonden, in Naturalis. Twee keer zo groot en twee keer zo goedkoop als de kies die we in Neeltje Jans hadden gezien, dus direct gedaan. Kun je gewoon kopen, een mammoetkies. Gaatje vullen bij de tandarts is duurder! Het zijn rare tijden. Later bij de Wijze Kater nog een amethistgeode gevonden, ook prachtig. Heel mooi ’s avonds met een waxinelichtje erin. Met het fossiele middenvoetsbeen van de steppewisent dat we in Neeltje Jans hadden gescoord een prachtverzameling. Genieten! (Een tirade over gehechtheid en materialisme mag u hier zelf naar behoefte invoegen, ik geniet alleen maar. En wat heb je tenslotte aan geld op de bank.)

Ook interessant was ons dagje pretpark, Duinrell in dit geval. De attracties zijn daar onderverdeeld in drie categorieën: te eng voor ons alledrie, te kinderachtig voor de mannen, en leuk voor Tom maar nog een beetje spannend voor Jeroen. Tom houdt van gezelligheid en zag het niet zo zitten om in z’n eentje zijn attracties te beleven. Pijnlijk gevolg was dat we geen één ding gedaan hebben. Een goede les voor een volgend uitstapje. Wel een prettige wandeling hoor, lekker in het zonnetje. Als pleister op de wonde mochten ze allebei ballen gooien. Dat kost dan weer extra, maar wel altijd prijs. Ze hebben daar ook allerlei snoep-, snack- en souvenirwinkeltjes, dus de volgende keer gaan we een gezonde boswandeling maken.  Friet hebben we ook nog gedaan, maar bij de snacktent wemelde het van de opdringerige kauwtjes en zilvermeeuwen. Toen we net verkast waren naar een rustiger plekje viel Jeroens bakje friet op de grond. Onmiddellijk ontfermde een horde hongerige patatvogels zich alsnog over de inhoud. Net een school piranha’s, in vijf seconden schoon op. Jeroen’s grote liefde voor zilvermeeuwen heeft de brute aanval op zijn frietmoment gelukkig overleefd. Toen ik gisteren na afloop van het Dolfinarium aan hem vroeg wat hij het het leukst had gevonden, waren het de meeuwen, met stip op 1! (In Zeeland had hij een tekening op het strand gemaakt en erbij gezet: ‘Van Jeroen voor de miwen’).

Onder al dit heerlijke samenzijn woelde in mij een diep dilemma. Heb er al eens een losse flodder over afgeschoten, maar het laat me niet echt los. Daarover meer in de volgende blogpost. Hee, een cliffhanger…
 
Politiek 07/28/2010
 
Er zijn boeddhisten die vinden dat er veel boeddhisten zijn. Er zijn er ook die vinden dat er weinig zijn, en dat de boeddhisten die vinden dat er veel zijn dat alleen maar vinden om zichzelf een positie te verwerven. Die twee stammen voeren oorlog volgens Elsevier.

Beter de politiek de politiek laten en intens zitten. Niet piekeren over vervulling.
 
 
Was deze week met m’n zoons in Zeeland. Geweldig! In tegenstelling tot wat Jeanette (die ik na lange tijd weer eens heb ontmoet, in Middelburg, now that we’re here…) ons wil doen geloven met Zen in Zeeland, bestaat er gewoon geen zen in Zeeland. Helemaal geen spoortje van te vinden! Beter kan niet. En ik weet het ook nog zo net niet met die bevrijding uit het rad van dood en wedergeboorte. Als het er zo uitziet als de afgelopen week wil ik nog wel een miljoen keer terugkomen. Zonder mokken. Wat een geweldige tijd. De mannetjes zijn mannen geworden dus we waren met drie. Het was zo fijn om samen te zijn. Lekker buiten, veel sporten, vlees en uit eten, biertje drinken (eh, dat dan weer niet collectief) en voetbal kijken. Schitterend weer erbij, klaar. Alleen maar fijne dagen, alleen maar genieten.

Heb me ook nog verdiept in de Nederlandse vertaling van Stephen Batchelor’s Buddhism without Belief. Viel me toch zwaar tegen na die imponerende lezing van ‘m. Een ongrijpbare mengelmoes van semi-praktische maar niet adequaat uitgewerkte pop-psychologie, theoretisch-theologisch-filosofisch-cultuurkritische stukjes over de aard van het boeddhisme, waarbij het niet aanhangen van het geloof in wedergeboorte als revolutionair wordt gepresenteerd, terwijl dat toch een oude herkauwde koe uit de sloot is, en aanmoedigingen om zelf te gaan mediteren en dan maar de stroom van langstrekkende gedachten waar te nemen en los te laten. Een rommeltje. Geen van de drie (psychologie, theologie, handleiding meditatie) komt uit de verf. Het is lang geleden dat ik in een boek heb gekliederd, maar hier heb ik kantlijnen vol geschreven met opmerkingen. Een gemiste kans aan alle kanten, wat mij betreft. Jammer. Het boekje schijnt een paar honderdduizend keer verkocht te zijn. Ik begrijp de hype niet.

Tenslotte kreeg ik een stukje toegestuurd uit Trouw over iemand die zichzelf dai osho ('grote zenpriester') dubt. En vervolgens bepaalt wie hem mag opvolgen. Letterlijk te treurig voor woorden. Niet eens meer over beginnen, onbegonnen werk.

Volgende keer weer allemaal feestelijke berichten. Nu maar gewoon zitten, poten in de klei en geen kouwe drukte. Het ware hart van het boeddhisme is stil en onzichtbaar.
 
 
Vandaag was het symposium ‘Boeddhisme en cultuur’, met Stephen Batchelor. Paul van der Velde was overigens ook zeer de moeite waard, over bijgeloof in Zuid-Oost Aziatisch boeddhisme. Ervaringsdeskundige, die wereld gaat leven als hij praat, haast een sprookje.

Om de een of andere reden had ik nog nauwelijks iets van Batchelor gelezen. Misschien mede daarom sloeg hij in als een bom. Echte Brit, relativerend, intelligent, kennis van zaken, heel strakke analyse van het boeddhisme, de kernpunten daarvan (als ik ze zo mag noemen in zijn postmoderne benadering) en een heldere kijk op heden en toekomst van het boeddhisme in de moderne tijd. Batchelor spreekt van een ‘culture of Awakening’, niet van een religie. Nog een beetje nagepraat. Als je zo iemand dan ziet, moet je het ook maar uitbuiten.

Ik was onder de indruk, waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat Batchelor precies lijkt te expliciteren wat er bij mij leeft. Dus thuis een beetje gegoogled. Een praatje van hem tijdens een retraite vond ik alweer heel anders. Licht plichtmatig, een paar koan, vooral verwijzend naar de ‘zo-heid’ van dingen, het simpele, alledaagse. Dat is goed, maar ik miste scherpte, bezieling en de stap in het diepe, de afgrond van niet-zelf in. Misschien kwam dat in het volgende praatje. Hoe dan ook, ik schreef mijn lief: ‘Hij is goed, maar niet geworteld. Hij praat van buitenaf, ook als hij een retraite leidt. Vind het niet zo indrukwekkend hier, terwijl het vanmiddag insloeg als een bom. Maar dat was natuurlijk meer beschouwend-filosofisch, over de ontwikkeling van het boeddhisme. Hm.’

Dat niet geworteld zijn is vooral intuïtie, ik weet het niet zeker. Had dat gevoel al na een paar zinnen en het bleef de rest van de inleiding hangen. Alsof ik iets zou zeggen over Tibetaans boeddhisme of vipassana. Terwijl Batchelor toch een flinke tijd in een Koreaans zenklooster heeft getraind en de retraite op die leest geschoeid was. Eens kijken wat anderen vinden. Ridderlijk plaatst Batchelor een kritische recensie van zijn boek ‘Buddhism without belief’ op zijn eigen site. Niet dat ik daarmee wijzer werd in de context van mijn eigen vraag (‘Is hij primair filosoof of primair praktijkman?’), maar wel mateloos interessant. De auteur, Bhikku Punnadhammo, schrijft:

‘It is most telling that Mr. Batchelor sees a belief in rebirth as a "consolation." [ N.B. Batchelor ziet karma en wedergeboorte als cultuurgebonden aspecten van het boeddhisme, en dus niet als essentieel voor de stroming.] He recognizes the incongruity of this by calling it a "curious twist that westerners find [it so]" (p35) Nevertheless he claims that "an agnostic Buddhist looks to the Dharma for metaphors of existential confrontation rather than consolation." (p.18) It is only a very superficial understanding of rebirth that finds any consolation therein. It is not an escapist fantasy, but an understanding that confronts the terrible realities of birth, old-age, sickness and death head on. Anyone who has contemplated these ideas in depth begins to have a detachment from the world of sensuality and form. How can that which is repeated endlessly and always ends in the same sorry way have any appeal?

It is more likely the fantasy of annihilation that is the consolation. One can pretend to be brave and accept extinction but thereby escape all the awful consequences of karma (or so one may imagine.) The picture is not as simple or as one-sided as "Buddhism Without Beliefs" would have us believe.’


Heel spannend: het geloof in wedergeboorte als troost of de realiteit van wedergeboorte als afschrikwekkend perspectief. Een omkering van formaat. Van een duidelijk meer traditionele boeddhist, die zich niet zomaar de leerstellingen van karma en wedergeboorte laat ontnemen. Overigens vraag ik me wel af wie hier de hoofdprijs Calvinisme krijgt. Mijn god, het beeld van een eindeloze herhaling van wedergeboorten met niets dan ellende in het verschiet ('repeated endlessly and always ending in the same sorry way' en 'the awful consequences of karma'). Kom, we gaan nog eens op excursie met Jeroen Bosch. Gelukkig is er nog het Nirwana.

Ik laat het hier even bij voor nu, het is al laat en ik hoop dat dit weer voldoende inspiratie is. Doorklikken en boeken lezen kan altijd. Er gebeurt van alles!

P.S. Naar aanleiding van de tekst dacht ik dat Punnadhammo een verstokte Zuid-Oost Aziatische boeddhistische monnik was, maar nu snap ik het Calvinisme in zijn tekst: 'Punnadhammo is a Canadian, born Michael Dominskyj in Toronto in 1955'. Een westerling dus.
 
Afscheid 07/01/2010
 
Gisteren afscheid genomen bij ZEN onder de Dom. Vast niet voor eeuwig, maar toch. Veel oude vrienden en bekenden, gezellig om samen te zitten, met een biertje na afloop. Ruud nam het woord na de zit en ik kan daar niet zo goed tegen, het was heel ontroerend. Ik kreeg een hoogstwaarschijnlijk belachelijk duur maar schitterend cadeau, een professioneel ingelijste afdruk op rijstpapier van een linoleumsnede door een Japanse kunstenaar, Senpan Maekawa (1888 – 1960). Het British Museum zegt: ‘He was one of the great personalities of twentieth-century Japanese prints’.

Ik doe ‘m hier bij, omdat het zo mooi is dat het zonde is als ik er alleen van geniet. De titel is Tori (Vogels), uit de serie Yagai Shônin (Buitenschetsen) uit 1928.
Picture
De prent is heel eenvoudig en heel bijzonder, roept een wereld op, als een haiku. Een man, liggend op een heuvel, zijn hoed op een stok en drie vogels in vlucht. De stilte van de schemering, vogels brengen de ruimte tot leven, de geur van gras. Mijn liefste moment. Zo kijk ik ook uit mijn raam.

Guus, die bij ons eerste lustrum vijf haiku schreef (klik hier voor de originelen!), maakte er ditmaal vijf bij de prent. Eén is er gekalligrafeerd door een Japanse vriendin van Ruth:

In het avondlicht
het geluid van vogels
ijler en ijler

De andere vier:

De hoed op mijn stok
knikkend in de zachte wind
als ik ga liggen

Voorbij die oever
verdwijnt hun reflectie –
een vlucht vogels

Een kussen van gras
op een mat van aarde
buigend riet

Aangekomen
waar het stille water
de hemel toont


Heel erg mooi. Dankjewel.

Ik wil iedereen die er gisteren was, bedanken. Iedereen die er niet was ook, alle mensen waarmee we samen hebben gezeten de afgelopen 15 jaar. Het was fijn om het samen te doen. We zullen elkaar blijven tegenkomen. Ik kijk ernaar uit.

ZEN onder de Dom gaat door onder de bezielende leiding van Johan en Wieger. Dat is mooi. Ik laat intussen alles even bezinken en kijk, naar de vogels in het avondlicht, ijler en ijler.
 
Onverdachte hoek 06/29/2010
 
Een vriend mailde me een reactie van Ton Lathouwers op m’n praatje. Het was een gesproken bestandje, er zaten ook persoonlijke opmerkingen in aan de vriend, dus ik citeer eruit, met instemming van Ton.
 
‘Dit getuigenis vond ik zeer indrukwekkend. Wat daar geschreven wordt is mij helemaal uit het hart gegrepen. Dat is ook mijn ervaring, dat is ook de ontdekking die we moeten doen, die hebben jullie ook gedaan, ik denk zoveel mensen in de zen. En goddank dat jullie die ontdekking doen, en goddank dat er een keerpunt komt en dat het anders wordt, dat is nieuw en open en dat is het leven. En dat proef ik eruit. Dat vind ik geweldig. Maar je ziet, dat gaat niet zonder vallen en opstaan. Het gaat niet zonder de ontdekking van doodlopende wegen. Het is overnieuw beginnen, elke keer overnieuw, en met een groot vertrouwen. […] Dat zijn de belangrijkste dingen in het leven, dat het gewoon tussen mensen stroomt en warm is, zoals ook in dit stuk. De gewone dingen van het leven. Dat is wat mij ooit zo trof bij Dostojewski en wat mij zo trof bij mijn pleegmoeder. Die verwonderde zich over de gewone dingen, over de bloemen, over de steentjes, over de horizon. Die heeft mij leren kijken, die heeft me de gewone dingen leren zien. En dat is uiteindelijk daardoor voor mij de grootste lerares geweest, ook de grootste zenlerares. Al blijf ik helemaal, net als jij en Ron, geworteld in deze traditie, het is een heel andere beleving. En wat jullie meemaken, het is een genade. Dat wilde ik je even zeggen.’

Dat is moed. Het is open durven kijken en vragen durven stellen bij de weg en de invulling ervan. En dat schept ruimte voor nieuwe dingen, voor hernieuwde kracht en creativiteit. Ruimte, openheid en vrijheid om te doen wat nu goed is, niet wat altijd goed geweest is.
 

    Zendingen

    Ik beoefen zen en heb daar zo mijn gedachten over. Niet helemaal old school dus.

    Ik deel zen graag, dus wil je samen zitten, een lezing, introductie of wat dan ook, mail gerust.


    Agenda

    Introductiecursus zen
    8 woensdagavonden
    6 oktober - 24 november
    tijd: 19.00 - 20.00 uur
    informatie/opgave:
    ZEN onder de Dom


    Archief

    August 2010
    July 2010
    June 2010
    May 2010

    RSS Feed